|
Inleiding
Ardan
Troost, auteur van deze pagina, is
afgestudeerd aan aan de Erasmus
Universiteit in Rotterdam als
bedrijfskundig industrieel marketeer.
Hij heeft een eigen
productontwikkelingsbureau (Ardan
Holding b.v.) en werdt als voormalig
consultant veelvuldig ingeschakeld bij
levensvatbaarheidstudies t.b.v.
financieringsvraagstukken.
Voor vragen,
opmerkingen of suggesties kunt U
contact
opnemen met Ardan Holding b.v.
|
Het recept voor een kansrijke uitvinding
door Ardan Troost, ©
Ardan Holding b.v.
Er is in het verleden veel
onderzo ek
verricht naar succesvolle introducties van
"innovaties" op markten. Een vijftal zaken
blijkt kritisch voor het succes van menig
vinding. U kunt ze gebruiken als succesfilters
voor uw vindingen en de meest kansrijke
selecteren. Komt uw laatste vinding bijvoorbeeld
door de navolgende succesfilters heen?
Succesfilter 1
Is
het voordeel van uw nieuw product substantieel
groter dan bestaande producten en spreekt dit
relatief voordeel wel voor zich?
Een goede
uitvinding levert klanten "meer voordeel" op.
Met uw nieuwe product kan men of wel (1) "iets
goedkoper doen" dan wel (2) iets "met een beter
resultaat" doen. Voor beide voordelen is de
markt bereid te betalen mits het voordeel maar
substantieel groter is. Goede uitvinders kijken
dus naar concurrerende en substituerende
producten en maken een reële inschatting hoeveel
meer voordeel hun vindingen opleveren t.o.v.
deze alternatieven. Als u constateert dat uw
vinding relatief meer voordeel heeft dan bent u
erin geslaagd WAARDE te creëren. Stelt u echter
gering relatief voordeel vast dan creëert u
slechts ….. "weer een product". En geloof deze
marketeer daarvan zijn er al te veel! Een handig
hulpmiddel voor een daadwerkelijk marktgericht
productontwerp treft u elders in mijn rubriek
aan.
Zo kwam een
uitvinder recentelijk bij mijn bedrijf voor een
levensvatbaarheidstudie van een technisch
ingenieus opbergsysteem voor paardenzadels. Het
verlengde de levensduur van de zeer kostbare
paardenzadels in een bepaald gebruikerssegment
wel met zo’n 20%. Na onderzoek raadde ik hem aan
zijn geplande investering van fl. 50.000,- nog
eens serieus te overwegen…... Rekeninghoudend
met de aanschafwaarde, de afschrijving en de
uiteindelijke retailprijs van zijn product was
zijn relatief productvoordeel ten opzichte van
de zadelmaker te gering. Klanten konden met zijn
"probleemoplossend" product ongeveer fl. 5,-
gulden besparen over een periode van 12 jaar.
Als ze het geld op de bank zouden zetten bracht
het een factor 48 meer op. (Overigens waren de
marktraming en de bedieningskosten van de markt
ook weinig bemoedigend...)
De volgende
stap is vervolgens het inschatten/ toetsen of
ook uw toekomstige klant dit voordeel net zo
makkelijk inziet als u! Dit is met name
relevant als uw vinding "iets met een beter
resultaat" zal doen. Producten die "veel uitleg
nodig hebben" over hun voordeel, doen het in
markten aanzienlijk slechter dan producten waar
het voordeel voor zich spreekt. Bovendien
stijgen de exploitatiekosten van de
marketingcommunicatie bij "moeilijke" producten
aanzienlijk om nog maar over het
exploitatierisico te zwijgen. U krijgt in dit
geval namelijk te maken met "subjectiviteit".
Het gaat erom dat uw "waardevolle" product zijn
gelijk krijgt. Of u als uitvinder gelijk heeft
doet er niet toe! Zo schijnt de recente
geïntroduceerde benzine Shell-Pura "Beter voor
uw motor en het milieu" de verwachtingen niet
waar te maken…….. Het verbaast mij niets. Wat
verstaan zij onder "beter" ? Hoeveel
langer gaat mijn motor dan mee 1 dag, twee
maanden of een jaar? Hoeveel minder is de
emissie van milieuschadelijke stoffen dan -0,1%
of -10%? En dan nog aanzienlijk meer betalen
ook! Ik wacht nog even. U ook neem ik aan?
Succesfilter 2
Is
uw vinding wel in overeenstemming is met de
bestaande normen en ervaringen van de potentiële
klant?
Een vinding kan
dermate innovatief zijn dat het zichzelf op de
markt behoorlijk moeilijk kan maken. Vooral als
het strijdig is met het denkbeeld van de
potentiële klant. Een sprekend voorbeeld is de
aanvankelijk stroef verlopende introductie van
de (mobiele) hogedruk brandspuit. Met 1 liter
water is deze in staat een autobrand binnen 2
seconden volledig te blussen zonder al te veel
waterschade aan het interieur. (kernvoordelen
sneller, minder gevolgschade). De leverancier
stootte op grote (acceptatie)problemen in de
markt. Brandweerlieden konden en wilden
aanvankelijk niet geloven dat dit nieuwe product
dit kon realiseren. Zijzelf hadden voor
dergelijke gevallen immers vele tientallen
liters water nodig……….. Het verschil van het
product lag echter in het onttrekken van lucht
aan de vuurhaard NIET in het doven van de
autobrand met water! Het kostte onverwacht veel
marketinggeld en tijd het innovatieve
werkingsprincipe van het product aan de markt te
communiceren. Thans is het product overigens een
groot succes.
Succesfilter 3
Zal de potentiële klant uw vinding "makkelijk
begrijpen" en "eenvoudig in gebruik" vinden?
Complexe producten
doen het bij consumenten slecht en zorgen voor
een hoogdrempeligheid in de aanschaf. De
ervaring leert dat slechts weinig nieuwe
producten een dermate groot voordeel opleveren
dat een consument bereid is tijd en studie te
investeren om het gebruik ervan machtig te
worden. Wist u bijvoorbeeld dat consumenten in
minder dan 20% van de gevallen de handleiding
van consumentenelektronica leest? 80% probeert
het apparaat direct zonder de 50 pagina’s
tellende manuel te gebruiken! Ook ik ben
overigens van dit "type". Zo steeg pas de afzet
van de personal computer aanzienlijk toen
Microsoft het gebruiksvriendelijkere "Windows"
besturingssysteem introduceerde. De interface
maakte het gebruik van PC’s meer toegankelijk.
Heeft u ook nog het oude MS-DOS als
besturingssysteem gebruikt? Waren uw ouders
destijds net zo "enthousiast" als u over de
technologie en de vele mogelijkheden?
Succesfilter 4
Worden de potentiële klanten waarschijnlijk in
staat gesteld uw nieuwe produkt vrijblijvend te
proberen?
Hoewel minder relevant
voor uitvinders (maar indirect weer wel) wil ik
toch het volgende communiceren. "Sampling" of
het vrijblijvend proberen van nieuwe producten
vergroot de acceptatiekans op markten
aanzienlijk. Het zorgt ervoor dat de potentiële
klant zelf het productvoordeel kan beleven (1)
zonder dat men daarbij economisch risico loopt
(2 ). Dit is met name relevant bij producten met
een hoge aanschafwaarde en/ of waar de gevolgen
van een misaankoop groot zullen zijn. Zo kocht
ikzelf laatst voor mijn hobby archeologie een
nieuw type metaaldetector voor een zeer
specifieke terreinsoort (fl. 1500,00)……..
nadat
ik een testmodel drie weken vrijblijvend op
proef had. Ook bij nieuwe producten waar het
klantvoordeel "moeilijk" te communiceren valt ,
wordt deze methodiek veelvuldig toegepast. Kunt
u bijvoorbeeld in 4 zinnen de smaak omschrijven
van Pepsi t.o.v. Coca-Cola? Ja? Dan adviseer ik
u te stoppen met het uitvinden….U kunt direct
500.000,- gaan verdienen bij het gerenommeerde
reclamebureau "Satchi & Satchi"!
Quick-Scan
1
Uw vinding heeft substantieel voordeel t.o.v.
andere bestaande alternatieven op de markt, het
voordeel spreekt voor zich en wordt door
afnemers belangrijk geacht.
-
-
2
Uw vinding is in overeenstemming met de
bestaande normen en ervaringen van de potentiële
klant t.a.v. soortgelijke producten. Het wijkt
niet veel af van "vastgeroeste" denkbeelden. Uw
markt zal daarom niet snel een afwijzende of
afwachtende houding aannemen.
-
-
3
Uw vinding is voor eenieder "makkelijk te
begrijpen" en "eenvoudig in gebruik". Er gaat
een laagdrempelige werking van uit.
-
-
4
De kans is reëel dat Uw doelgroep Uw vinding bij
de marktintroductie vrijblijvend kan proberen.
Zo kan men het productvoordeel zelf ervaren
zonder dat men economisch risico loopt.
-
-
5
Als men Uw vinding gebruikt is het resultaat
ervan zichtbaar in de omgeving van de gebruiker.
Uw innovatieve product mag daarom op
aanzienlijke mond-tot-oor reclame rekenen.
-
-
U heeft
een waardevol productconcept waarvan de kans
reëel is dat ze relatief snel door de markt zal
worden geaccepteerd.
©
Ardan Holding bv
|
|
Een praktische methode
voor het ontwerpen van een “marktgericht”
product
door Ardan Troost, ©
Ardan Holding b.v.
Al eerder schreef ik dat uitvinders “waarde”
moeten creëren (zie “succesfilters”). Ik hoop
dat het mij gelukt is u te overtuigen dat uw
toekomstige klant op “meer voordeel” zit te
wachten en niet op een product. Verstandige
uitvinders houden hiermee al in een vroeg
stadium van het productontwerp rekening. Op deze
wijze minimaliseert u uw investeringen in tijd
en geld en werkt u tegelijkertijd aan het
vergroten van de verkoopkans van uw vinding.
Navolgend beschrijf ik een praktische methode
dat “produktverliefdheid” voorkomt doordat het u
in staat stelt meer te anticiperen op de
commerciële “omgeving” waar uw vinding zich
straks zal moeten bewijzen. In dit kader zijn
met name toekomstige klantgroepen en
concurrerende producten relevant.
Naast het creëren van substantieel relatief
productvoordeel, voorziet deze methode ook in
een “goed gesprek” met de uiteindelijke
producent van uw vinding. Mogelijke
noodzakelijke aanpassingen aan uw vinding
(“wordt te duur…”, “technisch niet realiseerbaar….”)
kunnen dan doorgevoerd worden zonder al te veel
afbreuk te doen aan de door u ontworpen “marktwaarde”.
Een ander afgeleid voordeel van de methode is
dat u deze gebruiken kunt als “backbone” in uw
verkooppresentatie van de vinding aan
bijvoorbeeld potentiële licentienemers.
Functionarissen van bedrijven krijgen via deze
wijze sneller inzicht in de “marktwaarde” van uw
vinding en worden meer geïnformeerd “in de taal
die men spreekt”.
Over de markteisen en de gevolgen voor uw
vindingsontwerp
Een succesvolle vinding dient primair aan te
sluiten bij de problemen van de eindgebruiker.
Een bedrijf of de consument. Omdat hun
probleemervaring subjectief is, is in dit kader
ook hun beleveniswereld relevant (noem rood
groen als ook zij dat doen!).
Behalve de eindklant zullen ook andere partijen
in de toekomst een kritische rol gaan spelen in
de marktacceptatie van uw product. Direct of
indirect kunnen ook andere groepen belang hebben
bij uw vinding. Welke en hoeveel belangengroepen
zich voordoen is grotendeels afhankelijk van de
mogelijke “impact” van uw product op de
samenleving. (denk aan de blindehoekspiegel voor
vrachtwagens ( Dobli-spiegel) van de heer van
Waes). Deze machtige partijen kunnen invloed
uitoefenen op de acceptatie van uw vinding op de
markt. Beschouw ze daarom ook als “klantgroep”
waarmee rekening gehouden moet worden in uw
produktontwerp!
Eén van de belangrijkste, en vaak ook de meest
vergeten klantgroep, betreft (fijn)distributiepartijen
(groothandel, detailhandelketen). Ook zij
leveren op hun beurt een product. Naast een
logistieke functie -die van “verkrijgbaarheid” -
leveren deze, afhankelijk van hun positionering
op de markt, vaak tal van andere elementen aan
hun en dus uw toekomstige klantgroepen. Concreet
valt hierbij bijvoorbeeld te denken aan functies
als “image”, productadvisering, training,
productfinanciering, verzekering, onderhoud
etc.. Niet voor niets noemen wij deze
belangrijke “schakels” naar uw eindklant
“Value-Added-Resellers”. Goede uitvinders houden
dus zo veel als mogelijk rekening met de
“consequenties” van hun producten voor deze
distributeurs. Nog slimmere zetten ze zelfs
centraal!
Andere voorbeelden van belangengroepen kunnen
bijvoorbeeld zijn: de overheid, (zorg)verzekeraars
etc.. Via wetgeving en bijfinanciering,
publiciteit kunnen deze partijen een cruciale
rol spelen in de marktgang van uw vinding. Ook
zij stellen eisen aan uw product.
Over concurrentie en de gevolgen voor uw
vindingsontwerp
Reeds
eerder benadrukte ik het eminent belang van het
relatieve voordeel van uw vinding
ten opzichte van bestaande productalternatieven.
Dit impliceert dat vindingen zich met
alternatieven op de markt gaan meten. Belangrijk
als uitvinder voor verder productontwerp is dus
een “startpunt” aan te brengen ten opzichte van
deze alternatieven! Een groot deel van de
“commerciële kwaliteit” van uw uiteindelijke
vinding hangt dus af van het feit of u in staat
bent deze productalternatieven op te sporen en
hun te beoordelen op hun “prestaties”. Het
liefst zelfs zo objectief mogelijk door de ogen
van de gemiddelde gebruikers. Pas hierna kunt u
een werkelijk effectiever productontwerp maken.
In de
vele gesprekken die ik met uitvinders voer, valt
het mij op dat velen nogal eens geneigd zijn te
denken dat hun vinding dermate uniek dat er geen
concurrentie is, met alle risico van dien…..
.99% van vindingen - hoe nieuw dan ook - zullen
concurreren met bestaande producten. De vraag is
niet “of” maar “in welke mate” er concurrentie
is en of deze concurrentie “directe” of “indirecte”
plaatsvindt. Enkele voorbeelden: .……
Vinding
(Novu leden) |
Directe concurentie |
Indirecte
concurrentie |
Wildrik Barkema's "Blindennaainaald" met
open naaldoog-
systeem. |
De gemaksnaald van de Duitse producent
Prym met eveneens open naaldoog-systeem. |
Separate draad-
inbrengsystemen in naaldogen.
Voorbeelden" draadinbrengdoosjes", "Wilhelminaatjes",
"Quilt Clover". |
|
Tahey's "De fietsbalans" voor het leren
fietsen van kinderen. |
"(De)monteerbare zijwieltjes van
kinderfietsen". |
Driewiel juniorenfietsen. |
Tahey’s uitvinding snoept zowel marktaandeel van
de “zijwieltjes-markt” als de “driewieljuniorenfietsen”
af. In het eerste geval concurreert hij min of
meer direct met een bestaand product. In het
laatste geval indirect. Feit blijft dat zijn
vinding het koopgedrag van ouders in de
aangegeven bestaande marktsegmenten verandert en
aankoopverhoudingen beïnvloedt.
Zoek producten bij markten in plaats van
andersom!
een
praktisch stappenplan voor uitvinders voor een
marktgericht productontwerp
Navolgend tref u een stappenplan aan die u in
staat stelt meer marktgericht te ontwerpen. De
kracht van de methode schuilt in het centraal
stellen van zowel de toekomstige “markt” als
concurrerende productalternatieven met uw
vinding. Het onderkennen en benoemen hiervan
maakt een praktische vertaalslag naar uw vinding
mogelijk.
-
Bepaal van welke marktpartijen en
belangengroepen het succes van uw vinding
zal afhangen (eindgebruiker, distributeur,
de overheid, wetgevende instanties etc.).
-
Bepaal voor elk van hen afzonderlijk wat ze
belangrijk zullen vinden aan je vinding
(max. 4-6 factoren per groep). Wees hierin
vanuit praktisch perspectief zo specifiek
mogelijk. Wat verstaan de groepen onder
“snel” (sec.), “sterk” (belasting van X
Newton), “zacht”, “veilig”, “makkelijk” et
cetera?
-
Voeg al deze factoren in categorieën samen
(= formulering van markteisen aan uw
vinding).
-
Bepaal hoe uw vinding zal inspelen op die
factoren die deze toekomstige
“marktpartijen” belangrijk vinden (welke
karakteristieken uw vinding moet hebben om
op de onderkende markteisen in te spelen?)
-
Relateer de markteisen (zie 3) aan uw
productontwerp (zie 4) door een matrix te
bouwen. Geef vervolgens de sterkte van de
relatie weer tussen een specifieke markteis
en de bijbehorende productkarakteristiek (=
formuleren van marktgerichte productiesteun).
-
Bepaal de relatie onderling tussen deze
productkarakteristieken en geef er “gewicht”
aan (sterk/ medium/ zwak).
-
Bereken voor elk van uw
productkarakteristieken hoe belangrijk die
is voor het succes van uw vinding door
gebruik te maken van (a) het belang dat deze
marktgroepen gezamenlijk hechten aan deze
afzonderlijke factoren en (b) het gewicht
dat ze eraan toekennen op een schaal van 1-5
(5= zr hoog) en deze twee te
vermenigvuldigen. Zet de verschillende
uitkomsten onder de uitgezette matrix van
punt 5. (= kritische productfactoren voor
het marktsucces).
-
Bepaal vervolgens welke bestaande
productalternatieven op de markt zullen
concurreren met uw vinding.
-
Schat per concurrerend product in hoe goed
of slecht het betreffende product inspeelt
op elk van de door u onderkende markteisen
(3). Beoordeel ze per markteis met sterk,
matig, of zwak concurrerend.
-
Schat als laatste het totale relatieve
voordeel in van uw vinding t.o.v. elk van de
bestaande productalternatieven. Geef dit aan
middels één van de classificaties sterk/
matig/ zwak.
|