|
1.
Wat is een kwekersrecht?
2. Waar moet een ras aan
voldoen om kwekersrecht te verkrijgen?
3. Wanneer is een ras
nieuw?
4. Welke
kwekersrechtwetgeving geldt voor Nederland en is
er een internationaal aanmeldingssysteem?
5. Wie
krijgt het recht en wat houdt het recht in?
6. Hoe lang duurt de
bescherming van het kwekersrecht?
Wat is een kwekersrecht?
De landbouw-, de tuinbouw- en de sierteeltsector
gebruiken voor het verbouwen van hun gewassen,
stekken, bollen, zaden en dergelijke van
bepaalde rassen als uitgangsmateriaal. Deze
rassen worden gekozen op grond van hun
kwaliteiten en zijn totstandgekomen na een
langdurig en kostbaar veredelingsproces. Kwekers
van nieuwe rassen zijn er bij gebaat tenminste
hun veredelingskosten terug te verdienen. Het
beschermen van een nieuwe ras door het vestigen
van een kwekersrecht is daarvoor een belangrijke
voorwaarde
Waar moet een ras aan voldoen om
kwekersrecht te verkrijgen?
Het ras moet nieuw zijn en daarnaast
onderscheidbaar, homogeen en bestendig. Deze
laatste eigenschappen worden getoetst aan de
hand van een opplanting door de
kwekersrechtinstantie. Onderscheidbaar betekent
dat het ras dient af te wijken van alle eerdere
bekende rassen in hetzelfde gewas. Het betreft
hier het morfologisch onderscheid zoals bladvorm
en -kleur, bloemvorm en -kleur, planthoogte en
alle andere eigenschappen die het ras
onderscheidbaar maken. Met homogeen wordt
bedoeld dat meerdere planten van hetzelfde ras
eenzelfde expressie dienen te hebben en er,
binnen bepaalde marges, na vermeerdering geen
afwijkende planten aanwezig mogen zijn. Het ras
is bestendig indien gedurende de opéénvolgende
vermeerderingsslagen het ras zijn eigenschappen
behoudt.
De
kweker moet voor zijn ras ook een naam
voorstellen. Deze naam moet door de
kwekersrechtverlenende instantie worden
goedgekeurd. Bij rassenbenaming kan ook het
merkenrecht een rol spelen.
Wanneer is een ras nieuw?
Een ras is nieuw wanneer het
ras in het betreffende gebied waarvoor
kwekersrecht wordt aangevraagd, niet langer dan
12 maanden in het economisch verkeer is.
Hiermede wordt bedoeld dat plantmateriaal vóór
deze periode niet aangeboden en/of aan derden
geleverd mag zijn. Het tonen van een ras op een
tentoonstelling valt hier niet onder, evenals
beperkte proefop-plantingen bij derden.
Daarenboven is het ras nieuw indien het niet
langer dan 48 maanden buiten het gebied waarvoor
kwekersrecht wordt aangevraagd in het economisch
verkeer is gebracht.
|
|
Welke
kwekersrechtwetgeving geldt voor Nederland en is
er een internationaal aanmeldingssysteem?
Voor Nederland gelden twee
sui generis kwekersrechtwetgevingen, namelijk de
Zaaizaad- en Plantgoedwet nationaal en de
Europese richtlijn 94/2100, welke het
Communautair kwekersrecht regelt. Deze systemen
werken onafhankelijk van elkaar, zij het dat
indien een Communautair kwekersrecht is verleend
de Nederlandse inschrijving in het
rassenregister dient te vervallen. In
tegenstelling tot hetgeen gebruikelijk bij
octrooien, merken en modellen, is er, buiten het
Communautaire kwekersrecht, géén internationaal
systeem om middels één aanvrage het kwekersrecht
in meerdere landen te verkrijgen. In ieder land
zal derhalve een individuele aanvrage verricht
dienen te worden.
Wie krijgt het recht en
wat houdt het recht in?
Anders dan het geval is bij bijvoorbeeld het
octrooirecht, waar de aanvrager de rechthebbende
wordt, komen de kwekersrechten toe aan de kweker.
Overeenkomstig bijvoorbeeld het octrooirecht
geeft het kwekersrecht de rechthebbende een
uitsluitend recht. Dit betekent dat de kweker
het recht heeft derden de productie van het
beschermde ras te verbieden.
Wil de kweker derden toestaan het ras te
produceren, dan kan dat door het geven van een
licentie.
Hoe lang duurt de
bescherming van het kwekersrecht?
In het algemeen geldt dat, middels inschrijving
in het Rassenregister, de bescherming van het
kwekersrecht 25 jaar duurt vanaf de datum van de
indiening van de aanvrage, met als uitzondering
dertig jaar vóór houtige gewassen, zoals
struiken, bomen en wijnstokken. Ten einde de
inschrijving in het Rassenregister in stand te
houden, dienen jaarlijks jaarcijnzen te worden
afgedragen aan de kwekersinstanties. Na de
afloop van de inschrijvingsperiode is het ras
door een ieder vrij te produceren en te
verhandelen.
Gezien de complexiteit van de te doorlopen
procedures en de keuzes die gedurende het
traject moeten worden gemaakt, is het verstandig
een deskundige van het Algemeen Octrooi en
Merkenbureau (AOMB)
in te schakelen.
|